Tjerk  Vermaning.

Amateurarcheoloog. 18 januari 1929 - 11 oktober 1987. 

“Wie vervalste de echte vuistbijlen?”

Tot 1972 lag de Leemdijkbijl in de vitrine van Tjerk Vermaning op zijn museumschip Palaeohistoria in Hoogersmilde, waarna hij werd geschonken aan de provincie Drenthe en een plaats kreeg in het Drents Museum. Gedurende drie jaar werd de bijl beschouwd als een van de mooiste archeologische vondsten van Nederland, maar in 1975 werd hij helaas vals verklaard en verdween uit het zicht. Ad Wouters gebruikte deze bijl om tijdens de rechtszaak aan te tonen dat de bijl niet vervalst is. Een deel van de bijl is afgeslagen, wat resulteerde in een duidelijk kleurverschil op het getroffen gebied. Dit kleurverschil wordt veroorzaakt door langdurige processen in de bodem. Deze reacties kunnen leiden tot verkleuring en het aannemen van verschillende tinten. Dit kleurverschil kon onmogelijk zijn ontstaan als de bijl recent was vervaardigd uit vers bewerkt vuursteen en vervolgens in de bodem was geplaatst. Dit specifieke bewijsstuk speelde een cruciale rol in het proces om de onschuld van Vermaning aan te tonen. Tjerk vermaning vond de Midden Paleolithische Leemdijk bijl in 1967 op een onverharde zandweg naast de akkerlanden ten Zuid-oosten van de Leembrug te Middensmilde. De onverharde zandweg was over een lengte van 300 meter geplaveid met veldkeien die tijdens het aardappelrooien waren uitgesorteerd om de zand weg te verharden. Op foto 1 is duidelijk een afsplintering te zien, waarbij de binnenkant van de steen een lichtere kleur heeft en volledig dof lijkt.  ▶

 

a.


b.
1.


2.

Na het afslaan van de Leemdijkbijl schilfer was duidelijk het verschil te zien. Dr. E.R. Groeneveld van het gerechtelijk Laboratorium te Rijswijk en prof. Bosinski moesten beide toegeven dat er verschil was ontstaan. Drs. Stapert probeerde tijdens de 2e rechtszitting zich er nog uit te redden, door te beweren dat dit te wijten was aan stof dat achtergebleven was op het afslagvlak en dat de dofheid na enkele dagen zou verdwijnen. Vuursteen bestaat uit siliciumdioxide en is zo hard dat er geen stofresten konden ontstaan na afsplinteren. De volgende dag tijdens de rechtszitting werd een zeepsop test uitgevoerd met water en zeep en een borstel om ervoor te zorgen dat er geen verschil zou zijn te zien. Vermaning zou volgens dr. Stapert en prof. Waterbolk valse frictieglans hebben aangebracht en na het reinigen, zou de Leemdijkbijl dof worden. Echter, ook die test leverde geen resultaat op voor Stapert. Het enige wat verwijderd was is huidvet dat op de Leemdijkbijl had gezeten. Dr. G. Boom van de Rijksuniversiteit van Groningen en onderzoeker van het laboratorium Fysische Metaalkunde, had in zijn eerdere onderzoek weinig opmerkelijks ontdekt op de artefacten van Vermaning behalve huidvet dat op het vuursteen zat. Het onderzoeksrapport van Dr. Boom is door Stapert niet ingebracht tijdens de rechtszitting. Het resultaat van die zeepsop test is met enige zekerheid dat het huidvet van dr. Stapert niet meer op die vuistbijl terug te vinden was. Met het verwijderen van het huidvet op de vuursteenwerktuigen gokte drs. Stapert op een laatste kansje?

Foto a, toont krassen op het glanzende oppervlak van de Leermdijkbijl die zijn ontstaan door natuurlijke zandschuring. Foto b, de grens tussen het oude glanzende oppervlak van de bijl en het door de afslag van Wouters ontstane verse breukvlak. De foto's a en b, zijn gemaakt met behulp van een elektronen-microscoop door G. van Noort.



Een heroverweging van de interpretaties van Stapert bij de vindplaats Hijken.

De waargenomen concentratie en distributie van artefacten op de akker bij Hijken leidden Stapert tot de veronderstelling dat ze mogelijk vals zijn en opzettelijk door Tjerk Vermaning in de grond waren geplaatst, aangezien ze niet verspreid leken te zijn door solifluctieprocessen. Solifluctieprocessen: worden veroorzaakt door verzadiging van de bodem met water, waardoor de samenhang van de bodem verloren gaat en het vloeibaar wordt. Deze processen zijn niet gelijk aan cryoturbatie en treden vaak op in koude berggebieden, maar zijn onwaarschijnlijk op de locatie van Hijken. Hierdoor is het argument van drs. D. Stapert in een artikel uit, Palaeohistoria 28 (1986) pdf. The Vermaning stones: some facts and arguments, onwaarschijnlijk. De artefacten zouden verdacht zijn omdat ze niet onderhevig zijn geweest door Solifluctieprocessen tijdens ijstijden. Rekening houdend met het Cryoturbatie-proces is verspreiding van artefacten door Solifluctie niet noodzakelijk op Hijken. Stapert had mogelijke aanwijzingen voor Solifluctie waargenomen bij het bestuderen van secties op de vindplaats van Hijken. En zouden er Solifluctieprocessen op zeer zachte hellingen aan het werk zijn geweest. Hij noemt het voorbeeld van de Middenpaleolithische vindplaats van Mander, waar enkele tientallen vondsten verspreid waren over een gebied, met een diameter van minstens 250 meter. 70 meter hogerop de stuwwal bij Mander zijn artefacten losgeraakt en door solifluctie, hellingafwaarts in een waaiervorm op de akker terecht gekomen. De vindplaats Hijken heeft geen hellingen en is geen stuwwal locatie. De artefacten van Mander hebben waarschijnlijk blootgestaan aan specifieke omstandigheden die bevorderlijk zijn geweest voor het vormen van hyaliet afzetting. In tegenstelling hiermee hebben de artefacten van Hijken waarschijnlijk niet dezelfde gunstige omstandigheden ervaren door het ontbreken van hellingen.



H1.


Afb.H1. Stapert zet de spade in de grond op 180 meter van de oorspronkelijke vondst locatie en vind bijna niets op enkele stenen na, desondanks noemde hij het resultaat van de opgraving negatief. Stapert concludeerde dat, ondanks de aanwezigheid van enkele artefacten, de vondstlocatie Hijken waarschijnlijk een frauduleuze archeologische vindplaats was doordat er geen tekenen waren van verspreiding door solifluctieprocessen, zoals hij oorspronkelijk had verondersteld. Had hij gegraven op de exacte locatie dan had hij de concentratie artefacten ontdekt die door cyroturbatie op de locatie zijn behouden.



Een conflict tijdens het UNESCO Congres.

Klaas Geertsma van de vereniging Aktieve Praktijk Archeologie Nederland, kwam achter een interessant detail waar ook Ad Wouter in zijn boekwerk, "J'Accuse" uit 1999 naar verwijst.

De hele zaak begon waarschijnlijk tijdens een UNESCO Congres in 1972 te Parijs. Wat zich daar afspeelde tussen prof. Waterbolk en prof. Bordes, moeten we mogelijk zien als de ondergang van Vermaning. Destijds ging het vaststellen van ouderdom via de 14C-datering ( koolstofdatering). Dat is een methode van radiometrische datering waarmee de ouderdom van organisch materiaal kan worden vastgesteld. De Franse Professor Bordes had prof. Waterbolk gevraagd deze methode toe te passen. Nederland was in het onderzoek met de 14C methode verder dan Frankrijk. Het uiteindelijke resultaat waar prof. Waterbolk mee kwam, was anders dan de niveaulaag waaruit het organisch materiaal was opgegraven. Bordes wilde bewijzen dat de Acheuléen-cultuur in de La Micoque stand hield. In tegenstelling tot de andere culturen in het Moustérien van Frankrijk. In 1969 waren de meetbare grenzen van het 14C datering tot 40 á 50 duizend jaar mogelijk. Hiermee zette hij de Franse onderzoekers voor schut tijdens het congres. Het was niet slim van Bordes om met materiaal te komen ouder dan 50 duizend jaar dat ongeschikt was in 1969 voor de 14C methode. Als Bordes hier rekening mee had gehouden, zou er mogelijk een ander motief op de achtergrond spelen. En al helemaal niet slim van Waterbolk om tijdens het congres de ouderdom inschatting aan de grote klok te hangen. Dat schoot de Franse prof. Bordes in het verkeerde keelgat. Bordes zei op dat Congres,  "Ik kan de interpretaties van Waterbolk, die in strijd zijn met alles wat we weten uit typologie, sedimentologie en pollenanalyse in Zuid-Oost Frankrijk, niet aanvaarden." waar hij later nog aan toevoegde,  "Het moet ook voor eens en voor altijd duidelijk zijn dat de ontwikkeling van de paleolithische industrie niet eenzijdig is". En daarmee verwijst hij ook mogelijk, naar een eerdere discussie die hij had met Waterbolk? (De vuistbijlen van Vermaning van Hoogersmilde in 1969?) Hij maakte daar geen geheim van bij zijn collega archeologen. Volgens Waterbolk had Bordes het er regelmatig over tijdens meerdere gelegenheden. Waterbolk stond flink voor schut door Bordes en omgedraaid Bordes door Waterbolk. Waterbolk was geen uitmuntend specialist in artefacten uit het Paleolithicum, hij was immers bioloog.  Daarom had hij, destijds de expertise van Bordes gevraagd i.v.m. de stenen van Vermaning. Ook met de zaak Vermaning ging Waterbolk weer de mist in door de expertise van een ander. Dat was de geoloog drs. Stapert ook geen uitmuntend specialist in artefacten uit het Paleolithicum.

 

▲ Zeven jaar later na het UNESCO Congres, op de afbeelding, Professor François Bordes. Hij bekijkt een schaaf uit het midden- paleolithicum gevonden door Tjerk Vermaning En verklaarde op 24 november 1980 aan dhr. Wouters dat die artefact van Vermaning met “afgeronde” ribben als midden-paleolitisch artefact kon worden beschouwd met de goede typologie en technologie. Bordes had de afgeronde ribben al eerder onder de binoculaire microscoop herkend bij midden-paleolithische overblijfselen uit Noord-Frankrijk. Dit bevestigd hij In zijn brief van 29 nov. 1980, aan dhr. Wouters. Drs. Stapert en prof. Waterbolk denken dat de ¨afgeronde" ribben het resultaat zijn van vervalsing. 


Professor Bordes, was een professor prehistorie en quartaire geologie aan de wetenschappelijke faculteit van Bordeaux. Hij stond bij archeologen over de hele wereld bekend om zijn kennis over de artefacten. Bordes had de vuistbijlen van vermaning in 1969 al gezien, maar wilde er de eerste keer weinig over kwijt behalve, slecht gemaakte afrondingen en vuistbijlen gemaakt met een stalen hamer. Voor het congres van 1972 was al wrevel ontstaan tussen prof. Bordes en prof. Waterbolk over de vuistbijlen. Dat was in 1969. Dat verhaal is te lezen in APAN Extern 7, onderin op deze pagina te downloaden. De vuursteen artefacten uit Noord-Nederland zijn uniek door de ijstijd invloeden. Zelfs Bordes had daar te weinig ‘fromage’ van gegeten. Prof. Bordes gebruikte het UNESCO congres, ondubbelzinnig om van Waterbolk af te komen met de vuistbijlen van Hoogersmilde als inzet. Hij verklaarde ze publiekelijk als vervalsingen. Een 14C test kon hij zelf niet uitvoeren en daarom was het voor de hand liggend dat hij de vuistbijlen gebruikte. De reputatie van Waterbolk was onherroepelijk geschonden door Bordes.



Waterbolk liet in 1973 de stenen van Vermaning nog voor echt doorgaan in meerdere publicaties. Totdat twee jaar later in 1975, drs. D. Stapert op de stenen van Vermaning wil promoveren en krasjes op de stenen zag als eigenaardigheden. En daarmee Waterbolk op het verkeerde been zet. Waterbolk met zijn reputatie die al internationale krasjes had opgelopen. Kon het waarschijnlijk niet gebruiken dat een ander zou aantonen dat de Authentieke stenen vals zijn. Dat zou pas echt slecht zijn voor de reputatie. Dan kon hij ze beter zelf vals verklaren. Hij bedacht een complot dat, dr. Bohmers (hij was Archeoloog van het Biologisch-Archeologisch Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen), Ad Wouters, amateurarcheoloog en vuursteenspecialist, de opdracht had gegeven om de vuistbijlen na te maken en in de grond te stoppen. Daar zou Tjerk Vermaning medeplichtig aan zijn door de stenen op te rapen en te verkopen. En dat had Bohmers gedaan om hem dwars te zitten. Dat idee had Waterbolk in zijn hoofd.  Boer Vos vertelt later dat dit onmogelijk is in kleigrond van zijn akker, omdat die toen veel te hard was. “De grond was toen zo hard je kon er nog geen spijker in krijgen¨. Bohmers was toen de vervalsing speelde echter al niet meer werkzaam op het Biologisch Archeologisch Instituut. Door eervol ontslag in 1965, wegens wapen bezit. Bohmers was de man die destijds de vuistbijlen van Vermaning had erkend als echte authentieke paleolithische vuistbijlen. Hij moest volgens Waterbolk’s-complottheorie het brein zijn geweest achter de vervalsingen. Bohmers regeert daarop met, "Je hebt een bepaalde mentaliteit nodig om op deze manier te proberen, mensen te benadelen.  Waterbolk bleef bij zijn complottheorie. Om het plan compleet te maken schakelde hij drs. D. Stapert, van het Biologisch Archeologisch Instituut in. Hij had als wetenschappelijk medewerker onder de microscoop de krasjes op de stenen van Vermaning ontdekt als eigenaardigheden. Dat kwam Waterbolk goed uit.  Er ontstonden argumenten over verschillen van kleur, rare krasjes en dat de steensoorten anders zijn. Het gevolg was dat Tjerk Vermaning voor het gerecht moest verschijnen. Tien jaar na het ontslag van Bohmers stonden de kranten vol over de zaak Vermaning. Tjerk Vermaning werd verdacht als vervalser van prehistorische werktuigen en vindplaatsen. Waterbolk en Stapert snapte niet hoe Vermaning die grote aantallen vuurstenen werktuigen steeds weer vond. Dat vond hij een goed argument om de verdachtmaking mee te onderbouwen.

Als ervaren amateur-archeoloog, wist Vermaning hoe en waar hij moest zoeken. Om de concentraties artefacten te ontdekken ging Vermaning doordacht te werk. Hij bezocht aardappelmeelfabrieken om tussen de aardappelen de vuursteen artefacten te vinden. Zo kwam hij er achter, vanaf welk aardappelveld de artefacten kwamen. Op die aardappelvelden ging hij verder zoeken. Daarnaast bezocht hij de akkers waar de boeren diep ploegden. En deed hij onderzoek naar artefacten die recent boven de grond waren gekomen. Hij bekeek de steenhopen die door de boeren langs de akkers waren gegooid na het rooien van de aardappelen. Professor Waterbolk kon de gevonden voltreffers slechts verklaren door "paranormale gaven" toe te meten. Omdat hij en Stapert het statistisch onrealistisch vonden. Zij konden de werkwijze van  Vermaning  niet begrijpen of hadden er geen rekening mee gehouden. Vermaning liet prof. Waterbolk in zijn waan over de paranormale gaven. En dikte het aan met visioenen van rondtrekkende groepen Neanderthalers. Dat had hij achteraf beter niet kunnen doen omdat Waterbolk dol is op complot denken.

Klik om te vergroten. 3.

De zaak Vermaning was niet onopgemerkt gebleven in de wereld van de internationale archeologie. Tijdens een ander congres, het WAC, het wereld archeologie congres in 1986 in  Southampton in Engeland, hadden vier leden van de Actieve Praktijk Archeologie Nederland (APAN) een expositie ingericht met de vuursteen werktuigen van Eemster, gevonden door Tjerk Vermaning. De buitenlandse deskundigen determineerden deze artefacten als authentieke prehistorische werktuigen. Ze wisten niet dat het stukken waren van Vermaning.  ◀ Afb. 3.  De APAN leden kregen zelfs, met de handgeschreven verklaringen van de deskundigen dat het authentieke prehistorische werktuigen zijn. Toen de vier APAN leden vertelde dat het om de stukken van Vermaning ging, was het antwoord van sommige archeologen; ¨oh that’s Waterbolk, we don’t want to get involved¨.  Ze waren al getuige geweest tijdens het congres of later toen Bordes er negatief over sprak. En daarmee was de hele Nederlandse archeologie onder de internationale microscoop gekomen. Waarom Waterbolk en Stapert zich op dergelijk glad ijs begaven om Vermaning te offeren? Het Unesco Congres van 1972 in Parijs kan mogelijk de oorzaak zijn geweest?


Klaas Geerstma van APAN vermoedt dat men de affaire niet heeft opgestart omdat men een hekel had aan Vemaning, of dat men jaloers op hem zou zijn, dat lijkt door het conflict achterhaald. Deze oorzaken bestonden voornamelijk in het geruchtencircuit. Prof. Waterbolk leek gedwongen te worden om afstand te doen van de vondsten, maar de exacte reden daarvoor blijft onduidelijk. Het conflict tussen Bordes en Waterbolk lijkt voorlopig een logische verklaring voor het begin van de affaire rond Vermaning, zoals aangegeven door Geertsma in de APAN Extern 7. Het toont aan dat onderliggende belangen moeilijk te doorgronden zijn. De feitelijke gebeurtenis tijdens en na het conflict tijdens het UNESCO congres werpt in ieder geval een nieuw licht op de affaire Vermaning, wat stof tot nadenken geeft.